Draagplicht hypotheek na einde relatie hangt af van overeenkomst

Printvriendelijke versie

Als een samenleving eindigt en partners samen een huis hebben, komt draagplicht voor de gezamenlijke hypotheekschuld om de hoek.

De draagplicht blijft bij beide partners berusten zolang de hypotheekschuld niet is afgelost. Echter, blijft dat ook zo als een van beiden het exclusief gebruik en genot van de woning behoudt na verbreking van de relatie en als die partner het huis wil overnemen?

Totdat het huis is verkocht blijft de vertrekkende partner mede-eigenaar van het huis. Beide partners moeten daarom in principe bijdragen in de kosten van de woning en moeten elk de helft van de hypotheekrente betalen. Meestal gaat echter degene die in het huis blijft wonen de volledige lasten betalen. Formeel ontstaat er dan een vordering op de partner die vertrokken is.
Feit is dat de achterblijvende partner in dit geval de woning exclusief in gebruik had en het huis volledig in bezit wil krijgen en er in wil blijven wonen. Een dergelijk geval werd voor het Hof ’s-Hertogenbosch uitgevochten. De vertrokken partner vond dat de hypotheekrenteschuld alleen de andere partner aanging. Dat vond het hof ook en stelde dat de partner die in het huis bleef wonen geen vordering op de vertrokken partner had. Wat het hof wel stelde is dat de vertrokken partner in de periode tussen vertrek en verkoop van het huis voor de helft draagplichtig bleef omdat partijen dat in een overeenkomst hadden afgesproken. Die overeenkomst verving de afspraken in het samenlevingscontract, dat immers beëindigd was.

Wilt u meer weten over het vastleggen van afspraken over draagplicht bij hypotheekschuld? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Taxlive 5 februari 2020, Nationale Nederlanden.