Aanmerkelijk belang bij verschillende series aandelen

Printvriendelijke versie

Voor de aanmerkelijk belang bepaling is het belangrijk of het aandelenbezit wordt gerelateerd aan het totale aandelenbezit of dat verschillende soorten aandelen in de onderneming voor de aanmerkelijkbelangregeling niet tot dezelfde soort behoren. De Hoge Raad houdt strak vast aan de tekst daarover in de wet inkomstenbelasting.

In de wet IB (artikel 4.7 lid 2) 2001 staat dat “aandelen in een vennootschap en de aandelen in die vennootschap die zich daarvan onderscheiden uitsluitend doordat aan die aandelen een benoemingsrecht, het recht de naam van de vennootschap te mogen bepalen of een met die rechten vergelijkbaar recht is verbonden, of doordat ter zake van die aandelen een bijzondere aanbiedingsregeling of een daarmee vergelijkbare regeling geldt, worden beschouwd als behorende tot één soort.”

De wettekst laat ruimte voor de vaststelling dat alle aandelen die zich uitsluitend onderscheiden door een verschil in zeggenschap behoren tot dezelfde soort. Ook is er ruimte om uit te gaan van de economische benadering waarbij alleen een onderscheid in vermogensrechten leidt tot een bijzondere soort. Maar de Hoge Raad laat zich leiden door de wens van de wetgever om de gelijkstelling te beperken en oordeelt dat sprake is van verschillende soorten aandelen. De Raad baseert zich niet alleen op de bijzondere gerechtigdheid tot een vermogensbestanddeel of een reserve van de vennootschap, maar ook op het verschil met betrekking tot de besluitvorming over uitkeringen van winst of vermogen van de vennootschap. Als de aandelen in de verschillende series verschillen in het stemrecht over de vaststelling of uitbetaling van dividenden en over andere kwesties die de vermogenspositie van de vennootschap rechtstreeks raken, kunnen ze niet worden aangemerkt als aandelen van dezelfde soort.

Wilt u hier meer over weten? Bel ons! Wij geven u inzicht in de regels met betrekking tot de aanmerkelijkbelangregeling.

Bron: Notamail 2010/313